De Jongleur vertelt... verhalen rond Christus (in herneming)

Gespeeld tijdens het seizoen 1987-1988

De Jongleur vertelt... verhalen rond Christus (in herneming)
Drie volks humoristische monologen
Auteur:
Dario Fo
Regie:
Boudewijn Vander Plaetse
Vertaling:
Filip Vanluchene
Cast:
Eugène Delabie
Speeldata:
vrijdag 11 maart 1988
zaterdag 12 maart 1988
zondag 13 maart 1988
Verhaal:

De geboorte van de jongleur
"La nascita del giullare" is een sleutelmonoloog uit 'Mistero Buffo'. Hij stamt uit een Siciliaanse tekst van Oosterse oorsprong en dateert van de twaalfde eeuw. Hij geeft een duidelijk beeld van de landelijke afkomst van de giullare en de aardse, populaire visie op Christus en bovennatuurlijke, religieuze gebeurtenissen.
Een lijfeigene vindt een berg en bebouwt hem tot de landeigenaar komt en hem de grond, die nu vruchtbaar geworden is, wil afnemen. Als de lijfeigene weigert het land af te staan wordt zijn vrouw verkracht door de landeigenaar. Door iedereen verlaten wil de boer zelfmoord plegen, maar dan komt een man naar hem toe en vraagt om water. Het is Christus die een mirakel doet: hij maakt van de boer een jongleur, een giullare, met een tong puntig als een mes om de spot te drijven met de landeigenaars. Christus geeft hem de opdracht om de boodschap tegen de onderdrukking van zijn klasse over heel het land uit te dragen.

De opwekking van Lazarus.
Het kameleontische aspect van Fo's kunst als toneelspeler komt het best tot uiting in deze monoloog uit 'Mistero Buffo'. Nu wordt een hele massa verschillende types ten tonele gevoerd: allen wachten ze op Christus die Lazarus uit de dood zal opwekken. Door middel van kleine replieken en mime roept Fo die massa op die bestaat uit duwende en trekkende kijklustigen, van de stoeltjesverkoper tot de pickpocket.
'De opwekking van Lazarus' is een satire op de mirakels en Fo laat niet na het spektakel een kermistintje te geven. We zien het gebeuren door het oog van de boer die ons geen pikant detail bespaart: de geur van het lijk in ontbinding, het geschreeuw van de venters, de weddenschappen, de apotheose van de opwekking en de bestolen toeschouwer.
Al die details worden gesuggereerd met enkele subtiele details, zodat de toeschouwer de rest moet invullen door zijn verbeelding. In deze monoloog maakt het didactische plaats voor de verbeelding van de toeschouwer die door Fo geactiveerd wordt: het publiek wordt aldus mede-toeschouwer van het gebeuren en mede-speler.

Het eerste mirakel van het kindeke Jezus
Deze monoloog komt uit een tweede editie van 'Mistero Buffo' en Fo gaf die de titel van 'La storia della tigre e altre storie' (het verhaal van de tijger en andere verhalen). Qua inhoud gaat het verhaal terug op de apocriefe evangelies.
Via allerlei tussenstadia – eigen aan de volkse vertelwijze – komt het kind Jezus als Palestijnse immigrant terecht in Egypte. In het begin wordt hij als vreemdeling door de Egyptische kinderen uitgestoten, maar wanneer hij voor hen klei verandert in levende vogels is hij één van de hunnen. Dan komt het zoontje van de heer en vernielt het speelgoed van de volkskinderen. Dat zal echter niet ongestraft gebeuren, want "het vernielen van kinderdromen is het ergste geweld dat er bestaat" (kinderdromen = fantasie, scheppende geest). En Jezus doet zijn eerste mirakel.